AR-Z167 Archiefinventaris Congregatie van "De Voorzienigheid"
 
 
Zoek in deze archieftoegang
Uitgebreid zoeken
 
 
 
 
 
AR-Z167   Archiefinventaris Congregatie van "De Voorzienigheid"
Geschiedenis van de archiefvormer
De Congregatie der Arme zusters van het Goddelijke Kind en het "Gesticht de Voorzienigheid" - een weeshuis - werden opgericht in 1852 door pastoor P.J. Hesseveld in Amsterdam. De praktische leiding van het tehuis kwam al snel in handen van mej. Mietje Stroot, de latere moeder overste van de congregatie. Vanaf het begin werd zij bijgestaan door een groep jonge vrouwen. In 1857 leggen de verzorgsters hun professie af. Bisschop Vree bedenkt de naam "Arme zusters van het Goddelijk Kind" voor deze religieuze vereniging en baseert hun leefwijze op de regel van Augustinus. In 1968 verandert de naam van de congregatie in Zusters van "De Voorzienigheid".
De congregatie is aanvankelijk opgericht om te zorgen voor de opvoeding van (wees) kinderen. Door de snelle aanwas van de congregatie en hun sociale betrokkenheid is daar bejaarden-, zieken- en gezinszorg bijgekomen. Zij hebben zich eveneens toegelegd op het geven van alle vormen van onderwijs: (bijzonder) lager onderwijs, huishoud- en de zo geheten kweekscholen. Eind twintigste eeuw ligt de aandacht bij gemarginaliseerde groepen zoals o.a. vluchtelingen, prostituees, aidspatiënten en "illegalen". Kenmerkend voor de congregatie is een praktische en eigentijdse invulling van haar maatschappelijke engagement.
De zusters zijn ook actief in de missie. Vanaf 1923 werken ze in Indonesië waar zij zich wederom toeleggen op het bieden van onderwijs en hulp bij alle vormen van sociale noden. Medio 1960 worden er echter geen nieuwe visums meer aan Nederlandse religieuzen verstrekt. Dit is de aanleiding om in datzelfde jaar naar het zeer armoedige noordoostelijke deel van Brazilië te vertrekken. Hier leggen zij zich opnieuw toe op hun pionierswerk voor de armen. In de jaren zeventig van de twintigste eeuw raken de zusters betrokken bij ontwikkelingsprojecten in Tanzania en Suriname.
Bij het 25 jarig bestaan van de congregatie in 1877 heeft de congregatie al de nodige leden door overlijden verloren. Desondanks is de congregatie er in geslaagd om niet alleen in Amsterdam, maar ook in 3 andere plaatsen van het westen van Nederland kinderhuizen op te richten. Deze vroegtijdige sterfte van leden en tegelijkertijd een uitbreiding van het werk ziet men ook in de volgende 25 jaren. Het ledenaantal blijft groeien en de uitbreidingen, in het noorden van Noord- Holland en het oosten van Nederland, zijn succesvol.
In de jaren dertig kent de congregatie de grootste toeloop van nieuwe leden in haar bestaan. Er melden zich jaarlijks 25 tot 30 kandidaten. Bij haar eeuwfeest in 1952 telt zij 760 leden in 33 huizen. Vanaf eind jaren zestig van de twintigste eeuw neemt het aantal leden af tengevolge van uittredingen, het geringe aantal nieuwe aanmeldingen en de vergrijzing onder de zusters.
In de eerste eeuw van haar bestaan is de algemene overste van de congregatie degene, die met behulp van een kleine staf zowel de conventen als de werkzaamheden van alle huizen bestuurt. De priesterdirecteur, benoemd door de bisschop, heeft echter het laatste woord in fundamentele zaken.
De democratisering treedt in de jaren zestig van de twintigste eeuw ook binnen in deze organisatie. In 1968 vindt het eerste kapittel plaats waarbij alle zusters betrokken worden. Er volgt een tijd van discussiëren over de in de toekomst gewenste en haalbare ontwikkelingen. Een periode van veranderingen die leden dwingt om opnieuw stil te staan bij hun keuze en bij de invulling van die keuze. De 21ste eeuw vraagt om het overdragen van vele huizen, het terugtreden uit maatschappelijke taken en verantwoordelijkheden en het vinden van nieuwe wegen en vormen om hun spiritualiteit gestalte te geven. Deze spiritualiteit wordt verwoord in een kapitteldocument van 2005 en een geloofsbrief die in 2007 wordt gepresenteerd.
Meer informatie informatie kunt u vinden op www.devoorzienigheid.nl.
II  Geschiedenis van het archief
Het archief bevond zich bij aanvang van het inventarisatiewerk in het bestuursgebouw van de congregatie te Heemstede. Een deel van het archiefmateriaal is in de periode 1998 tot ca. 2003 beschreven door een medewerkster en een zuster van de congregatie samen met medewerkers van het Dienstencentrum Kloosterarchieven. Ca. 2003 is het deel dat nog niet beschreven was, overgebracht naar Nijmegen en aldaar beschreven en geordend door een medewerker van het Dienstencentrum Kloosterarchieven. Dit archiefmateriaal is na afloop van het inventarisatiewerk teruggebracht naar Heemstede.
Omdat de ruimte in Heemstede voor het archief wat krap werd, is in 2007 een deel overgebracht naar het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven. In 2008 is ook de rest van het archief overgebracht; de archiefruimte werd namelijk omgevormd tot ‘stilteruimte’ en het nieuwe onderkomen voor het archief - elders in het bestuursgebouw - was te klein om al het materiaal te herbergen. Het fotoarchief is achtergebleven in Heemstede. De fotoalbums zijn beschreven, en de losse foto’s geordend. Te Heemstede bevinden zich ook de jaargangen van het tijdschrift van de congregatie en het algemene ledenregister van de congregatie. Aanvullingen op het archief worden in Heemstede beschreven, en vooralsnog daar bewaard.
In de afgelopen jaren zijn van die zusters waar diploma’s, bidprentjes e.d. van aanwezig waren, dossiers gevormd. Deze dossiers zijn in 2008 met de rest van het archief overgebracht naar het erfgoedcentrum.
III  Bijzonderheden t.a.v. het archief
De congregatie bezit lange tijd een hostiebakkerij, die een belangrijke inkomstenbron vormde voor de zusters. Al is het archief op dit punt niet volledig, toch is er bedrijfsadministratie van ongeveer een eeuw (1868-1966) hosties bakken aanwezig in het archief. Voorts zijn van bijna alle huizen in Nederland de kronieken bewaard gebleven. Van het kinderhuis in Amsterdam zijn bovendien de registers van de kinderen die daar verbleven, aanwezig.
IV  Voorwaarden voor het gebruik van het archief
Het archief is in bewaring gegeven aan het erfgoedcentrum in Sint Agatha, het eigendomsrecht ligt bij de congregatie. Voor het inzien van archiefmateriaal is toestemming nodig van het provinciaal bestuur. Een aanvraagformulier voor het verkrijgen van deze toestemming kan het erfgoedcentrum u per mail of per post toezenden.
 
 
 
 
 
AR-Z167   Archiefinventaris Congregatie van "De Voorzienigheid"
Geschiedenis, oprichting en ontwikkeling
Regel, constituties, reglementen en ceremonialen
Spiritualiteit
Kapittel
Bestuur
Werkgroepen en commissies
Betrekkingen
Huizen in Nederland
Huizen buiten Nederland
10  Leden
11  Eigendommen
12  Financiën
13  Taakuitoefening
14  Publicaties
15  Documentatie
 
 
 
 
 
AR-Z167   Archiefinventaris Congregatie van "De Voorzienigheid"
Datering:
  1852-heden
Oudste en jongste stuk:
  1721, 2008
Categorie:
  Religie en Levensbeschouwing
Archiefvormer:
  Congregatie van "De Voorzienigheid"
Omvang in meters:
  45
Auteur:
  Minkema, O.
Openbaarheid:
  Toegankelijk na toestemming van de congregatie
Opmerkingen:
  Het archief is niet afgesloten