Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven
Uw zoekacties: Voorwerpencollectie
Voorwerpencollectie
>
Zoektermen

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
57 zoekresultaten
gesorteerd op:
 
 
weergave:
Pagina: 14
 
 
Voorwerp
VW-Z140-012 Werkkleding
Titel:
Werkkleding
Materiaal:
Katoen, wol(?), plastic knopen
Collectie:
Nederlands kloosterleven
Eenheid van de maten:
cm
Lengte:
83 (1); 60 (2); 99 (3); 112 (4); 62 (5); 114 (6)
Deelcollectie:
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Beschrijving:
Werkschorten en bijbehorende werkmouwen voor verschillende soorten werk in en om het huis: zwarte schort en werkmouwen (morsmouwen) voor werk op kantoor of tijdens de studie; witte schort voor de poortzuster; geruite schort met werkmouwen voor huishoudelijk werk; en een donkerblauwe schort voor werk in de tuin of op de boerderij. De mouwen werden aan de knopen op de schouders van het habijt vastgemaakt
Datering:
1876-1956
Documentatie:
Kopieën van verschillende lijstjes met kledingstukken en andere benodigdheden die door de kandidaat-zusters meegenomen moesten worden naar het klooster en aanwijzingen voor het wasgebruik. Aanwezig in documentatiemap
Opmerking:
Bij de donkerblauwe schort horen werkmouwen (niet aanwezig). Voor meer informatie over de kleding van 1842 tot 1956 zie archief van de zusters onder inventarisnummer 8026
Trefwoorden:
Objecttrefwoorden:
Bestanden Bestanden
 
 
 
 
 
Voorwerp
VW-Z140-011 Zak voor onder habijt
Titel:
Zak voor onder habijt
Eenheid van de maten:
cm
Collectie:
Nederlands kloosterleven
Materiaal:
Zwart stoffen zak; leren etuitjes; onderdelen en voorwerpen van hout, metaal en stof
Breedte:
20-24 (1); 21,5 (2)
Lengte:
30 (1); 36 (2)
Deelcollectie:
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Beschrijving:
Zwarte zak met inhoud: zakdoek, zakmesje in etui, schaartje in etui, devotiepenningen, boekje met potlood, centimeter, veiligheidsspeld, etui met twee naailapjes met daarop 5 voorgeschreven spelden en speldenrondje met daarin 5 voorgeschreven knopspelden. Het boekje diende voor het bijhouden in hoeverre de zuster zich aan de maandintenties hield. De devotiepenningen zijn afkomstig uit Roermond (O.L. Vrouw in 't Zand), Kevelaer (Consolatrix Afflictorum) en Lourdes. De witte zak werd onder het witte habijt gedragen dat de zusters in de verpleging en in de keuken droegen. Niet alle zusters hadden al deze voorwerpen bij zich. Als een zuster een voorwerp, hoe klein ook, nodig had, moest zij verlof vragen aan de zuster van wie het voorwerp was om het te mogen lenen
Datering:
1876-1968
Documentatie:
Kopieën van verschillende lijstjes met kledingstukken en andere benodigdheden die door de kandidaat-zusters meegenomen moesten worden naar het klooster en aanwijzingen voor het wasgebruik. Aanwezig in documentatiemap
Opmerking:
Voor meer informatie over de kleding van 1842 tot 1956 zie archief van de zusters onder inventarisnummer 8026
Trefwoorden:
Bestanden Bestanden
 
 
 
 
 
Voorwerp
VW-Z140-007 Kap met sluier
Titel:
Kap met sluier
Eenheid van de maten:
cm
Collectie:
Nederlands kloosterleven
Materiaal:
Wit gebreid stoffen mutsje (1), wit gesteven katoen (2, 3, 4), rotan (4), zwarte stofmix (5)
Breedte:
42 (2); 15,5 (3); 14 (4); 118,5 (5)
Lengte:
24 (1); 51 (2); 30 (3); 79,5 (4); 118,5 (5)
Deelcollectie:
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Beschrijving:
Onder de kap droegen de zusters een mutsje ter bescherming tegen de kou en ter bescherming van de sluier tegen huidvet. Tot 1956 was het normaal de haren af te scheren. Ter bevestiging van de kap op het hoofd werd bovenop het mutsje allereerst de collaar, een strook witte (gesteven) stof die op de borst neerhangt, bevestigd. De smalle stroken van de collaar worden bovenop het hoofd aan elkaar vastgespeld en de brede stroken op de achterzijde van het hoofd. Vervolgens wordt de, uit twee stroken gesteven stof bestaande, hoofdband in vorm gebracht door twee spelden en met behulp van een apart te bevestigen elastiek op het hoofd vastgezet. Volgens de statuten van de congregatie uit 1925 doet het bandje denken aan "de kroon die de Heiland zijn trouwen bruid heeft bereid". Als laatste volgt de 'streep' met riet. De 'streep' is een witte gesteven net niet dubbelgevouwen strook stof met aan de dubbelgevouwen lange zijde een afgestikte tunnel waardoor een rietje kon worden geschoven. Deze rietjes van rotan werden op lengte aangeleverd en moesten door de zusters zelf in model worden gebracht. Dit gebeurde door het rotan vochtig te maken, in model te brengen en vervolgens op die wijze te laten drogen. Aan de buitenzijde van de 'streep' wordt de zwarte sluier bevestigd, met behulp van spelden met een zwarte kop. De 'streep' met sluier wordt met behulp van twee aan de binnenzijde van de 'streep' gestoken spelden aan de haakjes die op het collaar zitten bevestigd. De 'streep' wordt aan de bovenzijde nog een keer vastgespeld aan de hoofdband. De constituties duiden de sluier als teken van bescheidenheid en symbool van de geestelijke verloving met Christus.
Datering:
1876-1956
Documentatie:
Kopieën van verschillende lijstjes met kledingstukken en andere benodigdheden die door de kandidaat-zusters meegenomen moesten worden naar het klooster en aanwijzingen voor het wasgebruik. Aanwezig in documentatiemap
Opmerking:
Extra riet (bijna doormidden) aanwezig; spelden in hoofdband en 'streep' aanwezig. Voor meer informatie over de kleding van 1842 tot 1956 zie archief van de zusters onder inventarisnummer 8026
Trefwoorden:
Objecttrefwoorden:
Bestanden Bestanden
 
 
 
 
 
Voorwerp
VW-Z140-006 Habijt
Titel:
Habijt
Eenheid van de maten:
cm
Collectie:
Nederlands kloosterleven
Materiaal:
Wol, ijzeren en plastic (druk)knoopjes en bevestigingshaakjes
Breedte:
45-55 (1); 12 (2); 44-55 (4)
Lengte:
136 (1); 43 (2); 93 (3); 119 (4)
Deelcollectie:
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Beschrijving:
Lang habijt met geplooide rok (8 plooien aan de voorzijde en 9 aan de achterzijde) en borstpand met 12 plooien. Op de schouders knopen voor de bevestiging van werkmouwen. De los in te zetten binnenmouwen zijn van katoen. In het lijfje van het habijt zat een voering van katoen (ontbreekt) dat net als de mouwen eruit gehaald kon worden om te wassen. Het habijt zelf werd niet zo vaak gewassen. Om het habijt tegen vocht, huidvet en wrijving te beschermen gebruikte men een halsdoekje: een kraagje met daaraan een strook stof die onder de hals van het habijt geplaatst werd. Op het habijt ter hoogte van de taille bevestigde men een gordel met aan de voorzijde twee neerhangende brede stroken. In de binnenzijde van de gordel zijn twee haken genaaid om de rozenkrans aan op te hangen. Aan de voorzijde van het habijt is achter een plooi een opening weggewerkt. De opening diende om bij de zak te kunnen komen die onder het habijt gedragen werd en waarin de zuster allerlei voorwerpen kon opbergen. Het witte habijt werd gebruikt in de wijkverpleging en de keuken. Zusters dienden onder het witte habijt een eigen onderjurk te dragen die ze van thuis uit mee hadden genomen. Bij de inkleding als novice kreeg een zuster een eigen set kleding: een habijt voor de zondag en twee habijten voor de weekdagen. Het habijt werd zoveel mogelijk uit rechte stukken stof gemaakt, zoals voor de rok van het habijt, het voorstuk, de mouwen en de sluier. Als er slijtage ontstond op bijvoorbeeld het uiteinde van de mouwen werden de mouwen uitgenomen, omgedraaid en weer ingezet. Een habijt kon zo 10 tot 15 jaar mee. De statuten van de congregatie uit 1925 zeggen over het habijt: "Het religieuze kleed is een teken van geestelijke stand, een kleed van nederigheid en boete. Het is van zwarte kleur zo mogelijk uit cheviot vervaardigd. De rok mag niet te kort zijn, maar ook de grond niet raken." En over de gordel: "De gordel vermaant tot versterving en is een teken van maagdelijke reinheid."
Datering:
1876-1956
Documentatie:
Kopieën van verschillende lijstjes met kledingstukken en andere benodigdheden die door de kandidaat-zusters meegenomen moesten worden naar het klooster en aanwijzingen voor het wasgebruik. Aanwezig in documentatiemap
Opmerking:
Voor meer informatie over de kleding van 1842 tot 1956 zie archief van de zusters onder inventarisnummer 8026
Trefwoorden:
Objecttrefwoorden:
Bestanden Bestanden
 
 
 
Pagina: 14
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS