Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven
Uw zoekacties: Archiefinventaris Dominicanen
xAR-B007 Archiefinventaris Broeders Franciscanen
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

AR-B007 Archiefinventaris Broeders Franciscanen
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
I Geschiedenis van de archiefvormer
sluiten
AR-B007 Archiefinventaris Broeders Franciscanen
Inleiding
I Geschiedenis van de archiefvormer
De Broeders der Armen van de Heilige Franciscus oftewel de Arme Broeders van Sint Franciscus vormen een op Kerstmis 1857 door Philipp Höver te Aken, Duitsland, gestichte congregatie. Deze congregatie stelde zich lange tijd primair tot doel de welzijnsbevordering van zowel de (arbeiders)jeugd als in sociaal opzicht ontwrichte mannen. Bij laatstgenoemde categorie valt te denken aan ex-gevangenen, zwervers en daklozen. Opname en verzorging gingen hand in hand met het geven van onderwijs.
Als onderwijzer in het Rijnland zag Höver zich dagelijks geconfronteerd met sociaal-maatschappelijke problemen waarmee vooral arbeiderskinderen in toenemende mate worstelden. Nadat in 1846 zijn vrouw overleed, trad hij in 1855 toe tot de Derde Orde van St. Franciscus van Assisië. Inspiratie tot het oprichten van een congregatie ontleende hij aan Francisca Schervier, die in 1845 samen met vier gelijkgestemde dames een kloostergemeenschap was begonnen voor de beoefening van de christelijke charitas.
In 1860 telden de Arme Broeders van Sint Franciscus twaalf leden. Zes van hen, waaronder Höver zelf, legden in 1863 eenvoudige geloften af. De stichter overleed op 13 juli 1864 als gevolg van een aantal hersenbloedingen. De congregatie zette de reeds ingezette koers voort onder leiding van broeder-overste Bonaventura. Al snel volgde echter een grote verandering ten gevolge van de Kulturkampf, die vooral bestond uit een reeks van geboden voor katholieken, vanaf 1871 uitgevaardigd door de protestantse Otto von Bismarck. De steeds grimmiger wordende sfeer in Duitsland leidde ertoe dat de congregatie eind oktober 1877 de grens met Nederland overstak. De toenmalige bisschop van Roermond, Joannes Paredis, maakte de komst van de Arme Broeders van Sint Franciscus mogelijk. Hij was destijds verwikkeld geraakt in een verhitte strijd tegen het liberalisme en propageerde een confessionaliseringsoffensief. Hierbij kwamen hulptroepen goed van pas.
Op 1 november 1877 werden moederhuis en kostschool officieel gevestigd te Bleijerheide, Limburg, en wel in de Pannesheidestraat, onder de naam St. Maria von den Engelen. In Bleijerheide ontplooide de congregatie tal van initiatieven. De broeders vervingen de oude boerenhofstede, waarin zij onderdak hadden gevonden, door een nieuwbouw met een kapel en een imposante voorgevel. Zij openden er in 1896 het juvenaat Nazareth voor aspirant broeders. Verder hadden zij tussen 1906 en 1970 aan de overkant van de Pannesheidestraat de St. Jozefschool voor lager onderwijs. In 1912 verbleven te Bleijerheide bij benadering 80 broeders en 12 postulanten. In totaal werden er in dat jaar ongeveer 650 jongens en jongemannen onderwezen en opgevangen. Zij waren afkomstig uit binnen- en buitenland.
Vanaf 1902 waren de Nederlandse activiteiten van de congregatie ondergebracht in de Vereniging School van de H. Franciscus. Naast de onderwijsinstellingen in Bleijerheide werd in 1903 in Roermond het St. Joseph gesticht geopend, een tehuis voor verwaarloosde kinderen. Het bleef tot 1946 in beheer van de congregatie. In 1963 namen de broeders van de Broeders van Sint Jozef (uit Heerlen) het internaat over in kasteel Meerssenhoven in Itteren, bij Maastricht. Zij bleven hier werkzaam tot ca. 1980. En tenslotte werkte een aantal Nederlandse broeders in de vestiging die de congregatie sinds 1900 had in het Belgische Gemmenich/Völkerich, net over de Nederlandse grens.
In 1905 ontving de congregatie de voorlopige pauselijke goedkeuring van de constituties. Definitieve goedkeuring volgde in 1910. Mede omdat de vestiging in Nederland altijd was beschouwd als een tijdelijke oplossing verhuisden generalaat en moederhuis in 1932 terug naar Aken. In 1939 werd er tegen deze historische achtergrond een Nederlandse provincie opgericht met de naam St. Maria ter Engelen. Broeder Pancratius Koenen mocht zich de eerste broeder-provinciaal van Nederland noemen. De provincie bleef zelfstandig tot 1958. Toen namen de leden van het hoofdbestuur van de congregatie de Nederlandse provincie terug onder hun ressort omdat deze volgens hen te klein was geworden.
De economische crisis van de jaren 1930 en de daarop volgende oorlogsjaren hadden aan de activiteiten van de congregatie een zware slag toegebracht. Het aantal kostschoolleerlingen verminderde drastisch. Door de viering van het 100-jarig bestaan van de congregatie in 1947, waarbij bisschop Guillaume Lemmens nauw betrokken was, verdwenen de moeilijkheden even naar de achtergrond. De nieuwe gedrag- en denkpatronen die in de maatschappij opgeld deden, vergden echter al snel een dosis aanpassingsvermogen die maar moeilijk op te brengen bleek. Pas na het plaatsvinden van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) kregen veranderingen ruim baan.
In 1968 werd het hoofdcomplex van de congregatie aangepast aan veranderde opvattingen over individu en gemeenschappelijkheid. Bovendien maakte het toezicht op de pupillen door broeders plaats voor professionele begeleiding door leken. De onderwijsinstellingen van de congregatie werden geleidelijk overgedragen aan niet-religieuze rechtspersonen. De St. Jozefschool in Bleijerheide ging op in de Onderwijsstichting Kerkrade-Zuid. In 2003 veranderden de naam en rechtspersoonlijkheid van de Vereniging School van de H. Franciscus in Stichting Erfgoed Broeders Franciscanen.
II Geschiedenis van het archief
III Voorwaarden voor het gebruik van het archief
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1877-2003
Oudste en jongste stuk:
1903/2009
Archiefvormer:
Broeders Franciscanen
Omvang in meters:
4
Auteur:
Van Deutekom, E.; Te Winkel, Ph.; Dols, Chr.
Openbaarheid:
Het archiefmateriaal is vrij toegankelijk met uitzondering van gegevens over levende personen
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS