Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven
Uw zoekacties: Archiefinventaris Dominicanen
xAR-S002 Archiefinventaris Stichting Nederlandse Vrouwelijke Religieuzen (SNVR)
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

AR-S002 Archiefinventaris Stichting Nederlandse Vrouwelijke Religieuzen (SNVR)
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
I Geschiedenis van de archiefvormer
sluiten
AR-S002 Archiefinventaris Stichting Nederlandse Vrouwelijke Religieuzen (SNVR)
Inleiding
I Geschiedenis van de archiefvormer
De SNVR ontstond n.a.v. een initiatief van drie gewijde mannen: A. Sanders, H. Boelaars en A. Smeets. Zij waren van mening dat de actieve vrouwelijke religieuzen in een crisis verkeerden en bezinning op religieuze aangelegenheden voor hen noodzakelijk was. In 1952 organiseerden zij een eerste bijeenkomst van algemene en provinciale oversten van vrouwelijke religieuzen. Een congres met als doel de oversten bewust te maken van de problemen en te komen tot een oplossing daarvan. Tijdens de bijeenkomst bleek dat de oversten behoefte hadden aan onderlinge uitwisseling en samenwerking van de congregaties. Het plan ontstond om een vereniging met een eigen secretariaat op te richten. De vereniging werd in 1956 door Rome kerkrechtelijk goedgekeurd en pater A. Smeets werd benoemd als geestelijk adviseur. De gewenste vergunning van staatswege, de burgerlijke erkenning, volgde in 1957.
Ongeveer 80 instituten van actieve vrouwelijke religieuzen sloten zich in de loop der jaren aan bij de SNVR. Het algemeen bestuur van het SNVR bestond uit de algemene en provinciale oversten. Uit hun midden werd het dagelijks bestuur gekozen.
Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de actieve vrouwelijke religieuzen in Nederland werd de doelstelling van de SNVR. Twee aandachtsvelden stonden centraal: (1) het vraagstuk van religieus leven en van dienstbaarheid van religieuzen aan kerk en maatschappij, (2) de gevolgen van kerkelijke en maatschappelijke ontwikkelingen voor het leven van de religieuzen.
In de beginjaren van de SNVR waren de activiteiten uitsluitend gericht op leidinggevende vrouwelijke religieuzen. Bijscholing werd het sleutelwoord. Inzicht in de grondslagen van het religieuze leven zou klooster en maatschappij dichter bij elkaar moeten brengen, een zogenaamde aangepaste vernieuwing van het religieuze leven. In 1954, al voor de oprichting, startte de cursus voor novicemeesteressen, een cursus die tot in 1968 gegeven werd.
Vele cursussen volgden: van cursussen voor huisoversten (moederdagen) tot cursussen voor internaatsleiders. Vanaf 1960 werden er binnen de SNVR secties opgericht met een eigen bestuur. In eerste instantie waren de secties gerelateerd aan de werkterreinen van de zusters: bejaardenzorg, onderwijs missie en maatschappelijk werk. De 'gewone zusters' kwamen nu in beeld. Het geestelijk welzijn én de eigen taak en verantwoordelijkheid van de werkende zuster bepaalden de agenda. Iedere sectie kreeg eigen activiteiten, werkgroepen en contactblad. In 1960 verscheen ook de eerste uitgave van het Mededelingenblad van de SNVR.
Vanaf 1961 hield de sectie Open Zicht zich bezig met het roepingenvraagstuk. Deze sectie organiseerde onder andere de weekends voor meisjes in kloosters: een intensieve kennismaking met het religieuze leven.
Het Tweede Vaticaans Concilie met haar oproep tot bezinning en vernieuwing én de vernieuwingskapittels vanaf 1968 brachten veel veranderingen teweeg. Er ontstonden andere leefvormen van religieuzen, het persoonsaspect van de religieus werd meer benadrukt en de gemeenschapsverhoudingen werden democratischer. De veranderingen zetten een herstructureringsproces bij de SNVR in gang. Het actieplan "Samen op weg naar verdieping en vernieuwing" (1970) stond in het teken van communicatie en begeleiding. Inzichten uit de gedragswetenschappen en agogische methodieken kregen een plaats. Groepswerkers, trainers, coaches en hulpverleners kwamen in beeld. De SNVR organiseerde tot driemaal toe een opleiding voor groepswerkers, de zogenoemde training for coaches (TfC). Ook werden er relatietrainingen, cursussen voor werkers in het pastoraat en kadertrainingen gegeven.
De werkgroep JOK (Jongeren Kontakt) ging bijeenkomsten organiseren voor de jongste generatie religieuzen. De junioren werden geconfronteerd met onorthodoxe leersituaties om tot een waarachtige communicatie te komen, hetgeen werd gezien als basis van een authentiek religieus leven. Voor de één werkte de aanpak bevrijdend, bij een ander veroorzaakte het verwarring. De werkgroep werd in 1980 opgeheven.
Voor de iets oudere zuster (45-65 jaar) werd in 1969 de werkgroep Medioren opgericht. Een werkgroep die aangepaste vernieuwing nastreefde en dit met een minder confronterende experimentele aanpak. In dezelfde tijd leidde de bejaardenproblematiek (senioren) tot een veelheid aan initiatieven. Onder andere ontstond, in samenwerking met verscheidene organisaties, in 1976 de formule van het Klooster Bejaarden Oord (KBO).
De bestuurlijke herstructurering van de SNVR werd in 1972 afgerond. De zetelverdeling werd democratischer en de organisatie opgedeeld in vier regio's, die ieder vier maal per jaar bijeenkwamen. Het vernieuwingsproces doorbrak de strakke uniformiteit, deze werd vervangen door pluriformiteit met onmiskenbaar versnippering en verdubbeling tot gevolg. De werkgroep Vraag en Aanbod kreeg een aantal jaren later de opdracht om de inefficiëntie binnen de organisatie aan te pakken.
Vanaf 1980 kwam de prioriteit te liggen bij drie aandachtsvelden: de positie van de vrouw (werkgroep Vrouwenkontakten), vrede en veiligheid (werkgroep Vredesvraagstukken) en gerechtigheid. De werkgroep religieus leven ging zich vanaf 2001 bezighouden met de betekenis van het religieuze leven, zoals die beleefd werden in de afbouwfase.
De SNVR werd per 1 januari 2004 opgeheven als zelfstandig samenwerkingsverband. Vanaf die datum werd de SNVR opgenomen binnen de KNR (Konferentie Nederlandse Religieuzen). Voor meer informatie over het samenwerkingsverband zie "Kleine kroniek van de SNVR" door L.J.M. Dirkx.
II Geschiedenis van het archief
III Voorwaarden voor het gebruik van het archief
Inventaris
1 Bestuur
3 Betrekkingen
4 Vorming en bezinning
Kenmerken
Datering:
1952-2004
Oudste en jongste stuk:
1949, 2004
Archiefvormer:
SNVR
Omvang in meters:
34
Auteur:
Klomp, M.; KDC; Winkel, P. te
Openbaarheid:
Met uitzondering van de publicaties is het archief niet vrij toegankelijk. Voor inzage is toestemming nodig van de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR)
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS