Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven
Uw zoekacties: Archiefinventaris Dominicanen
xAR-Z057 Archiefinventaris Franciscanessen van Etten
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

AR-Z057 Archiefinventaris Franciscanessen van Etten
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
I Geschiedenis van de archiefvormer
AR-Z057 Archiefinventaris Franciscanessen van Etten
Inleiding
I Geschiedenis van de archiefvormer
De congregatie van de Zusters Franciscanessen van Etten heeft haar wortels in de franciscaanse Derde Orde (Tertiarissen), een lekenbeweging. De kloosterlijke variant van deze orde ontwikkelt zich vanaf de dertiende eeuw. Het eerste Tertiarissen vrouwenklooster wordt in 1397 opgericht.
De congregatie van de zusters van Etten is gesticht in 1820 vanuit Dongen. De stichteres Marie Raaymakers (mère Marie Joseph, 1781-1867) sloot zich als eerste Nederlandse novice aan bij een aantal Belgische religieuzen die gevlucht waren naar Dongen. Deze zusters waren volgelingen van moeder Johanna van Jezus (1576-1648 ), de stichteres van de zogenaamde Limburgse Reform.
De eerste zusters richtten in Etten een pensionaat op om onderwijs en vorming te kunnen geven aan jonge meisjes, en om tevens daardoor een bron van inkomsten te hebben. Daarnaast begonnen zij met het kosteloos geven van onderwijs aan meisjes in Etten, waar voorheen alleen een jongensschool gevestigd was. Deze dorpsschool was lange tijd het belangrijkste liefdewerk van de zusters.
In de loop van de 19de eeuw werden op veel plaatsen, vooral in West Brabant en Zeeland, succursalen (dochterstichtingen) opgericht. Dit gebeurde meestal op verzoek van de pastoor die graag zusters had voor de meisjesschool. In de zogenaamde bewaarscholen hadden de zusters de zorg voor zowel jongens als meisjes. Dit onderwijs bleef tot 1957 ongesubsidieerd.
Vanaf 1922 werd ook de wijkverpleging door de Ettense zusters verzorgd vanuit de succursalen.
De scholen in Etten breidden zich in de loop der tijd uit tot velerlei vormen van onderwijs, zoals ULO, MMS (later Mavo en Havo), huishoudschool, kweekschool (opleiding tot onderwijzeres) en een opleiding tot kleuterleidsters. Uit de samenvoeging van deze scholen ontstond in samenwerking met de Broeders van Liefde de "Katholieke Scholengemeenschap Etten-Leur e.o." (KSE). Het VMBO en MBO, het Munnickenheidecollege, ontstond door samenvoeging van de huishoudschool met de LTS.
Ook het werk in de missie is de congregatie steeds ter harte gegaan. In de 19de eeuw vertrokken een vijftal zusters naar Curaçao, samen met de zusters van Roosendaal (Franciscanessen van Mariadal) die daar verschillende vestigingen hadden en anno 2007 nog hebben. In 1924 stichtte de congregatie van Etten een eigen missiegebied op (West) Borneo in Indonesia (het huidige Kalimantan Barat). Deze zustergemeenschap in Indonesië krijgt in 1969 de status van een regio en wordt in 1994 een zelfstandige bisschoppelijke congregatie. Vanaf 1959 worden er ook in Zaïre missiestaties opgericht door de Zusters van Etten. In de missielanden werkten de zusters in het onderwijs, de verpleging, het sociaal werk, het jeugdwerk en de catechisatie. Bovendien verzorgden ze in deze landen opleidingen tot vroedvrouw. Eind twintigste eeuw was het werk in de missielanden afgerond of overgedragen aan de eigen bevolking.
In de tweede helft van de 20ste eeuw, toen het onderwijs in Nederland volledig gesubsidieerd was, hebben de zusters zich op vele plaatsen teruggetrokken uit het onderwijs. Nieuwe taken waarvoor niet voldoende leken en/of geld beschikbaar waren dienden zich aan en de zusters pakten dit op. Het betrof werkzaamheden in de bejaardenzorg, het open bejaardenwerk in grote steden, de zorg voor gehandicapten, eenzamen en daklozen, de zwakzinnigenzorg, pastoraal werk en huishoudelijke taken in pastorieën. Was het doel van de congregatie voorheen vooral gericht op opvoeding en onderwijs, later werd het doel omschreven met de woorden: "Het vormen van een gemeenschap van religieuzen die door leven en werken getuigt van de Blijde Boodschap".
De toenemende vergrijzing binnen het ledenbestand van de congregatie en daarmee de verzorgings- en verplegingsbehoeftigheid deed het congregatiebestuur in de jaren zeventig besluiten tot de oprichting van een kloosterbejaardenoord (KBO). De twee bestaande panden San Francesco en Mariahof te Etten-Leur gingen na een grondige verbouwing functioneren als KBO San Francesco I (1976) en de verpleegafdeling San Francesco II (1977).
De congregatie kreeg in 1855 rechtspersoonlijkheid onder de naam "Zedelijk Lichaam Opvoedingsgesticht St. Joseph". In 1980 verandert de naam in "Zusters Franciscanessen van Etten. De congregatie is van diocesaan recht en heeft haar hoofdzetel in Etten-Leur. Aan het hoofd van de congregatie staat het algemeen bestuur, bestaande uit de algemeen overste en ten minste twee raadsleden. Zij worden gekozen voor minimaal drie en maximaal zes jaar door het algemeen kapittel. Ze kunnen herkozen worden, maar de gehele ambtstermijn mag niet langer dan twaalf jaar zijn. Een regio is een bestuurseenheid binnen de congregatie, die een aantal communiteiten onder de leiding van de regionale overste verenigt. Binnen de regio's is sprake van een regionale raad en van regionale kapittels.
II Geschiedenis van het archief
III Bijzonderheden t.a.v. het archief
IV Voorwaarden voor het gebruik van het archief
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1820-2014
Oudste en jongste stuk:
1754/2017
Archiefvormer:
Franciscanessen van Etten
Omvang in meters:
56
Auteur:
Verbeeten, zuster Annette; Klijn, zuster Victima de; Spanings, R.; Huijgevoort, A. van
Openbaarheid:
Voor het inzien van een aantal archiefstukken is tot 2032 toestemming nodig van het algemeen bestuur of rechtsopvolger, te weten de archiefstukken met plaatsingsnummers 1186, 1218, 1219, 1306-1315, 1339, 1452-1459, 1486-1488, 1495, 1496, 1543-1545, 1574-1652, 1688, 1689, 1748-1751, 1755, 1759-1773, 1782-1784,1791 en 3808 en verder alle archiefstukken jonger dan tien jaar. Alleen om heel bijzondere redenen kan het bestuur onder bepaalde voorwaarden toestemming geven om er kennis van te nemen.
Opmerkingen:
Het archief is nog niet afgesloten. De fotocollectie, die wordt vermeld in rubriek 1.13.5, bevindt zich anno 2014 in Etten-Leur
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS