Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven
Uw zoekacties: Archiefinventaris Dominicanen
xAR-Z076 Archiefinventaris Julianazusters
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

AR-Z076 Archiefinventaris Julianazusters
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
I Geschiedenis van de archiefvormer
AR-Z076 Archiefinventaris Julianazusters
Inleiding
I Geschiedenis van de archiefvormer
De congregatie van de Liefdezusters van de H. Juliana van Falconieri is in 1917 voortgekomen uit de St. Juliana Vereeniging voor Huishoudelijke Hulp. Deze lekenvereniging werd in 1915 in Den Haag opgericht op initiatief van de plaatselijke R.K. Vrouwenbond en pater J. Jorna sj. De dames van deze vereniging hielpen in arme gezinnen waar de moeder door kraambed of ziekte de zorg niet meer kon dragen.
Twee aspecten van het leven van H. Juliana van Falconieri (1270-1341) maakten haar tot patrones van de congregatie: haar dienstbaarheid (liefde voor armen) en haar sterke persoonlijke gebedsleven. De congregatie werd via haar geestelijke directeuren, biechtvaders en retraitepaters beïnvloed door de spiritualiteit van de jezuïeten; een spiritualiteit met eveneens de nadruk op het persoonlijk gebed en meditatie. Hoewel de constituties in 1917 al goedgekeurd werden door de bisschop van Haarlem, volgde de definitieve erkenning vanuit Rome pas in 1935. Door een misverstand was de goedkeuring niet eerder aangevraagd.
Tot 1966 had de congregatie bisschoppelijke bestuurders, daarna werden er priesters als 'kerkelijk assistent' aangesteld. In eerste instantie was de dagelijkse leiding in handen van zuster Ignatius van Iersel. Zij werd in 1922 opgevolgd door zuster Maria Berntsen, die als moeder Agatha de congregatie gedurende vierenveertig jaar bestuurde. Zij wordt met recht beschouwd als medestichteres. Na haar leidde zuster Josephine Stumpel de congregatie en zij werd in 1984 opgevolgd door zuster Adelberta van der Klugt. Vanaf 1996 was zuster Ria Odijk algemeen overste. Na haar overlijden in 2008 werd zuster Mariëtta Zijlmans algemeen overste.
Het eerste moederhuis was gevestigd in Den Haag. Vanaf het begin kwamen er veel aanvragen voor hulp. Het grootste deel van de werkzaamheden was sociaal van aard. De zusters werkten als hulp in de huishouding, als baker (later kraamverzorgsters) en als gespecialiseerde gezinsverzorgsters. Hun werkzaamheden breidden zich na enkele jaren uit naar andere steden. Eerst naar Haarlem (1921) en vervolgens naar Maastricht (1933), Tilburg (1937), Hilversum (1939), Eindhoven (1942) en Amsterdam (1948).
De zusters waren ook als kerkelijke werksters present. Ze verrichtten soms nooddopen, assisteerden bij het toedienen van het doopsel en leenden vaak doopkleding uit. In de volksmond werden de zusters al gauw "Juliaantjes" genoemd.
Door het vele werk en de uitbreiding van de congregatie werd het huis in Den Haag al snel te klein. In 1932 liet de congregatie in Heiloo een nieuw moederhuis bouwen dat vooral bedoeld was voor de opleiding van jonge zusters. Het ledental van de congregatie bereikte in 1955 een hoogtepunt met 91 zusters. Een veelvoud van dat aantal vrouwen heeft echter korte of lange tijd binnen de congregatie geleefd en gewerkt.
Als vergoeding voor de hulp werd door de zusters een 'bijdrage naar vermogen' gevraagd. De inkomsten waren te gering om in eigen onderhoud te voorzien. Daarom werd in 1921 te Den Haag de RK Vereniging St. Josef opgericht om geld in te zamelen. Daarnaast waren er ook rondgaande zusters die giften, zowel geldelijk als in natura (voedsel), ophaalden. Enkel met deze hulp konden de zuster hun werk volbrengen. In de jaren zestig kwamen de zusters in dienst van een stichting voor Gezinszorg. Ze kregen salaris en konden daarmee in hun eigen onderhoud voorzien. Na 1965 was het rondgaan niet meer nodig.
Het eigen Haagse Centrum voor Kraamzorg (1950-1972) was een periode van bloei. Hier werden ook zusters opgeleid door eigen bevoegde krachten. Het werk van de zusters kon omschreven worden als professioneel en deskundig liefdeswerk. Kraamcentra in andere steden ressorteerden onder het Haagse centrum. In de loop der jaren werden de kraamcentra in administratief opzicht onder het RK Wit-Gele Kruis gesteld.
Door geboorteregeling, afname van roepingen en betere sociale voorzieningen liep de inzet van zusters in de gezinszorg terug. In 1972 resulteerde dit in de opheffing van het kraamcentrum te Den Haag.
In 1959 startten enkele zusters in Hilversum het 'project-Meerweg'. Als gediplomeerde gezinsverzorgsters waren zij in loondienst werkzaam als heropvoeders van een aantal 'onmaatschappelijke' gezinnen. Een drietal andere zusters nam in de jaren 1969 tot 1973 deel aan een sociaal project in een sloppenwijk van de Braziliaanse stad Santo André.
In de jaren zeventig werden collectieve werkzaamheden van de congregatie beëindigd of afgestoten. Grootschalige professionele organisaties namen de taken over. Voor de zustergemeenschap ving een nieuwe fase aan, waarin zij steeds meer als sociaal en spiritueel thuisfront (met daarbij behorende activiteiten) en steeds minder als 'werkorganisatie' ging functioneren.
II Geschiedenis van het archief
III Bijzonderheden t.a.v. het archief
IV Voorwaarden voor het gebruik van het archief
Inventaris
1 Bestuursarchief
2 Huizen
Kenmerken
Datering:
1917-2017
Oudste en jongste stuk:
1889, 2017
Archiefvormer:
Julianazusters
Omvang in meters:
23
Auteur:
Groot, zr. Catharina; Dam, G. van; Dings, W.; Huijgevoort, A. van; Winkel, P. te
Openbaarheid:
Voor inzage in de archiefstukken vermeld onder de rubrieken 1.1.2, 1.2.1, 1.2.2, 1.4, 1.5.1, 1.5.2, 1.5.3, 1.6.1.1, 1.6.1.2, 1.6.2.1, 1.6.2.2, 1.7, 1.8, 1.9 is vooraf toestemming nodig van het bestuur, alsmede voor de archiefstukken jonger dan vijftig jaar die staan vermeld onder hoofdrubriek 2
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS