Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven
Uw zoekacties: Voorwerpencollectie
beacon
80 zoekresultaten
gesorteerd op:
 
 
weergave:
Pagina: 1
  • vorige | 
  • 1 | 
  • 2 | 
  • 3 | 
  • 4 | 
  • 5 | 
  • 6 | 
  • 7 | 
  • 8 | 
  • ... | 
  • volgende
 
 
Erfgoedstuk
Voorwerp
VW-Z140-040 Zilveren kroontje
Toelichting:
Werd door de zusters gedragen bij hun zilveren professiefeest
Deelcollectie:
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Materiaal/techniek:
Metaal van zilverkleurig draad en zilverkleurige florale motieven en krullen voorzien
Hoogte in cm:
4-5
Diameter in cm:
14
Trefwoorden:
Bestanden Bestanden
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Voorwerp
VW-Z140-011 Zak voor onder habijt
Toelichting:
Zwarte zak met inhoud: zakdoek, zakmesje in etui, schaartje in etui, devotiepenningen, boekje met potlood, centimeter, veiligheidsspeld, etui met twee naailapjes met daarop 5 voorgeschreven spelden en speldenrondje met daarin 5 voorgeschreven knopspelden. Het boekje diende voor het bijhouden in hoeverre de zuster zich aan de maandintenties hield. De devotiepenningen zijn afkomstig uit Roermond (O.L. Vrouw in 't Zand), Kevelaer (Consolatrix Afflictorum) en Lourdes. De witte zak werd onder het witte habijt gedragen dat de zusters in de verpleging en in de keuken droegen. Niet alle zusters hadden al deze voorwerpen bij zich. Als een zuster een voorwerp, hoe klein ook, nodig had, moest zij verlof vragen aan de zuster van wie het voorwerp was om het te mogen lenen
Datering:
1876-1968
Deelcollectie:
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Materiaal/techniek:
Zwart stoffen zak; leren etuitjes; onderdelen en voorwerpen van hout, metaal en stof
Lengte in cm:
30 (1); 36 (2)
Breedte in cm:
20-24 (1); 21,5 (2)
Opmerkingen:
Voor meer informatie over de kleding van 1842 tot 1956 zie archief van de zusters onder inventarisnummer 8026
Documentatie:
Kopieën van verschillende lijstjes met kledingstukken en andere benodigdheden die door de kandidaat-zusters meegenomen moesten worden naar het klooster en aanwijzingen voor het wasgebruik. Aanwezig in documentatiemap
Bestanden Bestanden
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Voorwerp
VW-Z140-012 Werkkleding
Toelichting:
Werkschorten en bijbehorende werkmouwen voor verschillende soorten werk in en om het huis: zwarte schort en werkmouwen (morsmouwen) voor werk op kantoor of tijdens de studie; witte schort voor de poortzuster; geruite schort met werkmouwen voor huishoudelijk werk; en een donkerblauwe schort voor werk in de tuin of op de boerderij. De mouwen werden aan de knopen op de schouders van het habijt vastgemaakt. De werkkleding werd ook na de kledingverandering van 1956 gebruikt. Sommige delen kwamen te vervallen, zoals de morsmouwen
Datering:
1876-1956
Deelcollectie:
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Materiaal/techniek:
Katoen, wol(?), plastic knopen
Lengte in cm:
83 (1); 60 (2); 99 (3); 112 (4); 62 (5); 114 (6)
Opmerkingen:
Bij de donkerblauwe schort horen werkmouwen (niet aanwezig). Voor meer informatie over de kleding van 1842 tot 1956 zie archief van de zusters onder inventarisnummer 8026
Documentatie:
Kopieën van verschillende lijstjes met kledingstukken en andere benodigdheden die door de kandidaat-zusters meegenomen moesten worden naar het klooster en aanwijzingen voor het wasgebruik. Aanwezig in documentatiemap
Bestanden Bestanden
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Voorwerp
VW-Z140-069 Wandkleed met uitbeelding van de geschiedenis van de Nederlandse Provincie in de jaren 1920-1990
Toelichting:
"Het wandkleed vormt als het ware de samenvatting van een jaar lang gesprekken in alle communiteiten ter voorbereiding op het 150-jarig bestaan van de congregatie Zusters van de Voorzienigheid (Tegelen). Deze gesprekken waren gericht op de periode die de op dat moment levende zusters hadden meegemaakt. De gesprekspunten gingen over de positieve ontwikkelingen en ervaringen en over de pijnpunten in de verschillende periodes. De cijfers van tientallen geven een periode aan van telkens tien jaar. De provincie krijgt haar zelfstandigheid in 1920. Het aantal zusters is dan 519. In 1990 zijn er nog 220 zusters. De vogels in de vlucht geven de groei aan tot de jaren vijftig, de toename van apostolische werken en het stijgend aantal leden. In 1954 worden met circa 50 scholen en cursussen 11.000 leerlingen per jaar bereikt. Door de huishouding te verzorgen in internaten en priesterseminaries worden nog eens 900 leerlingen verzorgd. In de gezondheidszorg worden jaarlijks circa 5.000 mensen verzorgd of verpleegd. De bloemen zijn het symbool van deze bloeiende periode. Daarna volgt de neergaande beweging van loslaten, overdragen, uit handen geven, gedeeltelijk sterven om te komen tot nieuw leven, het vrij worden voor een diepere relatie met God. De vogels in opwaartse vlucht duiden op herbezinning op het evangelisch leven en het daar aanwezig-zijn waar de zusters als gelovige vrouwen de Geest van God proberen levend te houden. In de regenboog heeft God eens zijn verbond met de mensen gesloten. In dat verbond leven en sterven de zusters, wetend dat Hij het is die wasdom geeft"
Datering:
1992
Deelcollectie:
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Vervaardiger:
Enkele zusters van de congregatie
Materiaal/techniek:
Katoenen kleed vervaardigd met behulp van de quilttechniek
Lengte in cm:
81
Breedte in cm:
258
Documentatie:
E-mail van zuster Henrica Jans met bijlage, d.d. 07-04-2015
Bestanden Bestanden
 
 
 
Pagina: 1
  • vorige | 
  • 1 | 
  • 2 | 
  • 3 | 
  • 4 | 
  • 5 | 
  • 6 | 
  • 7 | 
  • 8 | 
  • ... | 
  • volgende