Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven
Uw zoekacties: Voorwerpencollectie
xVoorwerpencollectie
Zoeken in Voorwerpencollectie
Voorwerpencollectie
>
Zoektermen

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Voorwerp
VW-Z140-006 Habijt
Titel:
Habijt
Eenheid van de maten:
cm
Collectie:
Nederlands kloosterleven
Materiaal:
Wol, ijzeren en plastic (druk)knoopjes en bevestigingshaakjes
Breedte:
45-55 (1); 12 (2); 44-55 (4)
Lengte:
136 (1); 43 (2); 93 (3); 119 (4)
Deelcollectie:
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Beschrijving:
Lang habijt met geplooide rok (8 plooien aan de voorzijde en 9 aan de achterzijde) en borstpand met 12 plooien. Op de schouders knopen voor de bevestiging van werkmouwen. De los in te zetten binnenmouwen zijn van katoen. In het lijfje van het habijt zat een voering van katoen (ontbreekt) dat net als de mouwen eruit gehaald kon worden om te wassen. Het habijt zelf werd niet zo vaak gewassen. Om het habijt tegen vocht, huidvet en wrijving te beschermen gebruikte men een halsdoekje: een kraagje met daaraan een strook stof die onder de hals van het habijt geplaatst werd. Op het habijt ter hoogte van de taille bevestigde men een gordel met aan de voorzijde twee neerhangende brede stroken. In de binnenzijde van de gordel zijn twee haken genaaid om de rozenkrans aan op te hangen. Aan de voorzijde van het habijt is achter een plooi een opening weggewerkt. De opening diende om bij de zak te kunnen komen die onder het habijt gedragen werd en waarin de zuster allerlei voorwerpen kon opbergen. Het witte habijt werd gebruikt in de wijkverpleging en de keuken. Zusters dienden onder het witte habijt een eigen onderjurk te dragen die ze van thuis uit mee hadden genomen. Bij de inkleding als novice kreeg een zuster een eigen set kleding: een habijt voor de zondag en twee habijten voor de weekdagen. Het habijt werd zoveel mogelijk uit rechte stukken stof gemaakt, zoals voor de rok van het habijt, het voorstuk, de mouwen en de sluier. Als er slijtage ontstond op bijvoorbeeld het uiteinde van de mouwen werden de mouwen uitgenomen, omgedraaid en weer ingezet. Een habijt kon zo 10 tot 15 jaar mee. De statuten van de congregatie uit 1925 zeggen over het habijt: "Het religieuze kleed is een teken van geestelijke stand, een kleed van nederigheid en boete. Het is van zwarte kleur zo mogelijk uit cheviot vervaardigd. De rok mag niet te kort zijn, maar ook de grond niet raken." En over de gordel: "De gordel vermaant tot versterving en is een teken van maagdelijke reinheid."
Datering:
1876-1956
Documentatie:
Kopie├źn van verschillende lijstjes met kledingstukken en andere benodigdheden die door de kandidaat-zusters meegenomen moesten worden naar het klooster en aanwijzingen voor het wasgebruik. Aanwezig in documentatiemap
Opmerking:
Voor meer informatie over de kleding van 1842 tot 1956 zie archief van de zusters onder inventarisnummer 8026
Trefwoorden:
Objecttrefwoorden:
Erfgoedstuk
Erfgoedstuk
Erfgoedstuk
Erfgoedstuk
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS