Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven
Uw zoekacties: Voorwerpencollectie
beacon
60 zoekresultaten
gesorteerd op:
 
 
weergave:
Pagina: 8
 
 
Erfgoedstuk
Voorwerp
VW-Z140-073 Beeldje nationale vereniging de Zonnebloem
Toelichting:
Weergegeven is een manfiguur op leeftijd in een rolstoel die voortgeduwd wordt door een vrouwfiguur. Op het plateau waarop de figuren staan staat op de voorzijde de tekst "nationale vereniging De Zonnebloem". Zuster Maria Janssen kreeg het beeldje na 10 jaar werkzaam te zijn geweest voor De Zonnebloem
Deelcollectie:
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Materiaal/techniek:
Als brons beschilderd gips
Breedte in cm:
13
Hoogte in cm:
13
Diepte in cm:
6
Objecttrefwoorden:
Bestanden Bestanden
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Voorwerp
VW-Z140-072 Boxmeerse bok
Toelichting:
Gemeentelijke onderscheiding van de gemeente Boxmeer in de vorm van een beeldje van een bok op een sokkel. De onderscheiding kan worden toegekend aan een ingezetene van Nederland "vanwege belangrijke en opvallende individuele verdiensten of prestaties op het gebied van onder andere: - sport en cultuur; - welzijn; - politiek; - bestuurlijk; - inzet voor de Boxmeerse gemeenschap; - ondernemerschap; - economie en werkgelegenheid' (Verordening gemeentelijke onderscheidingen Gemeente Boxmeer 2017). Dit beeldje werd op 4 november 1996 uitgereikt aan zuster Johannelda Sampers t.g.v. haar 100e verjaardag
Datering:
ca. 1996
Deelcollectie:
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Materiaal/techniek:
Gietijzer op granieten voet, koperkleurig plaatje
Breedte in cm:
13
Hoogte in cm:
17
Diepte in cm:
4,5
Objecttrefwoorden:
Bestanden Bestanden
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Voorwerp
VW-Z140-070 Monstrans
Toelichting:
Stralenmonstrans in de vorm van een gestileerde brandende braamstruik. Ronde, licht gewelfde voet met de opgelegde tekst van bijbelvers Exodus 3,2: "Apparvitque ei dominus in flamma ignis de medio rubi et videbat quod rubus arderet et non combureretur" (Hem [= Mozes] verscheen de Heer in een vlammend vuur midden in een braambos. En hij zag op, en ofschoon het braambos in lichter laaie stond, werd het niet verteerd). De stam van de monstrans is omgeven door wortels, die uitlopen in vier takken, twee aan twee aan iedere zijde, in elkaar verstrengeld en brandend. Het vuur wordt gesuggereerd door rood emaille 'vlammetjes'. De in een mandorla gevormde takken met bessen en zes druppelvormige hangende decoraties worden bekroond met een edelsteentje met daarop een eenvoudig kruis. De stralen vanuit de ronde lunula (hostiehouder) zijn alternerend voor en achter de takkenkrans aangebracht en versierd met stenen in een zilverkleurige zetting. De monstrans was aan de communauteit van de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen) in Arnhem (Huize De Raaphorst) geschonken door de dames Warren. In de monstrans lieten zij hun sieraden verwerken. Toen de zusters in 1947 Arnhem verlieten en naar Steyl kwamen, werd de monstrans geschonken aan het moederhuis in Steyl
Datering:
1938
Deelcollectie:
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Vervaardiger:
Jan Eloy en Leo Brom
Plaats vervaardiging:
Utrecht
Materiaal/techniek:
Zilver, verguld zilver, geslepen glas
Breedte in cm:
28; 36 (koffer)
Hoogte in cm:
72; 78 (koffer)
Diepte in cm:
26 (koffer)
Diameter in cm:
23,7 (voet)
Opmerkingen:
Aan binnenzijde van de bijpassende doos is vermeld: "J. Eloy en Leo Brom"
Documentatie:
Beschrijving in SKKN-rapport, nr. 23
Objecttrefwoorden:
Bestanden Bestanden
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Voorwerp
VW-Z140-069 Wandkleed met uitbeelding van de geschiedenis van de Nederlandse Provincie in de jaren 1920-1990
Toelichting:
"Het wandkleed vormt als het ware de samenvatting van een jaar lang gesprekken in alle communiteiten ter voorbereiding op het 150-jarig bestaan van de congregatie Zusters van de Voorzienigheid (Tegelen). Deze gesprekken waren gericht op de periode die de op dat moment levende zusters hadden meegemaakt. De gesprekspunten gingen over de positieve ontwikkelingen en ervaringen en over de pijnpunten in de verschillende periodes. De cijfers van tientallen geven een periode aan van telkens tien jaar. De provincie krijgt haar zelfstandigheid in 1920. Het aantal zusters is dan 519. In 1990 zijn er nog 220 zusters. De vogels in de vlucht geven de groei aan tot de jaren vijftig, de toename van apostolische werken en het stijgend aantal leden. In 1954 worden met circa 50 scholen en cursussen 11.000 leerlingen per jaar bereikt. Door de huishouding te verzorgen in internaten en priesterseminaries worden nog eens 900 leerlingen verzorgd. In de gezondheidszorg worden jaarlijks circa 5.000 mensen verzorgd of verpleegd. De bloemen zijn het symbool van deze bloeiende periode. Daarna volgt de neergaande beweging van loslaten, overdragen, uit handen geven, gedeeltelijk sterven om te komen tot nieuw leven, het vrij worden voor een diepere relatie met God. De vogels in opwaartse vlucht duiden op herbezinning op het evangelisch leven en het daar aanwezig-zijn waar de zusters als gelovige vrouwen de Geest van God proberen levend te houden. In de regenboog heeft God eens zijn verbond met de mensen gesloten. In dat verbond leven en sterven de zusters, wetend dat Hij het is die wasdom geeft"
Datering:
1992
Deelcollectie:
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Vervaardiger:
Enkele zusters van de congregatie
Materiaal/techniek:
Katoenen kleed vervaardigd met behulp van de quilttechniek
Lengte in cm:
81
Breedte in cm:
258
Documentatie:
E-mail van zuster Henrica Jans met bijlage, d.d. 07-04-2015
Bestanden Bestanden
 
 
 
Pagina: 8