Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven
Uw zoekacties: Databestand kloosters in Nederland

Databestand kloosters in Nederland

>
Zoektermen

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
30 zoekresultaten
gesorteerd op:
 
 
weergave:
Pagina: 7
 
 
Vestigingsplaats
Vestigingsplaats: Amsterdam, Lijnbaansgracht 48
Orde of congregatie:
Kapucijnen (P023)
Naam van het klooster:
St. Antonius van Padua
Straat:
Lijnbaansgracht 48
Postcode:
1015 GR
Plaatsnaam:
Amsterdam
Provincie:
Noord-Holland
Bisdom:
Haarlem
Stichting/eerste vermelding:
1912
Opheffing/laatste vermelding:
2004
Activiteiten:
Parochiepastoraat
Geschiedenis:
Op verzoek van de deken van Amsterdam en van de pastoor van de Amsterdamse parochie van Onze Lieve Vrouw Onbevlekte Ontvangenis, beter bekend als ‘De Posthoorn’ in de Haarlemmerstraat, besloten de kapucijnen in 1910 zich in de Jordaan te vestigen. In deze, in het centrum van Amsterdam gelegen wijk, waar toen grote armoede heerste, had het merendeel van de katholieken die daar woonden zich van de kerk afgekeerd. De hoop was er op gevestigd, dat juist de kapucijnen dit ten goede zouden kunnen keren. Na toestemming van de bisschop van Haarlem werd overgegaan tot de aankoop op de hoek Lijnbaansgracht/Tichelstraat van een stuk bebouwde grond. Voor de bouw ten behoeve van de kapucijnen van een klooster en kerk op deze grond, moesten vijftien deels leegstaande panden worden afgebroken. De in 1911 begonnen bouw van zowel het klooster als de kerk kwam een jaar later gereed. De kerk werd toen door de bisschop van Haarlem geconsacreerd. Enkele weken later volgde de canonieke oprichting van het klooster. Tot 1951 fungeerde de aan Sint Antonius van Padua toegewijde kerk, die in de volksmond Tichelkerk genoemd werd, als rectorale hulpkerk van de Posthoornparochie. In 1951 werd onderhavig rectoraat, dat de noordelijke Jordaan en een deel van Oud-West omvatte, tot zelfstandige parochie verheven en bleef dit tot 1970. De Tichelkerk ging toen weer als kloosterkerk dienst doen. In 2004 werd de Tichelkerk aan de eredienst onttrokken. Ook werd toen het klooster gesloten. Kerk en klooster werden in 2005 verkocht aan de Russisch-orthodoxe parochie Nikolaas van Myra, die deze gebouwen in 2006 in gebruik nam
Gebruikte literatuur:
J. Jacobs, “In de schaduw van Franciscus. De Nederlandse Minderbroeders-Kapucijnen” (Nijmegen 2016), p. 102-105
Gebruikte websites:
Website Reliwiki, de Nederlandse database over religieuze gebouwen, https://reliwiki.nl/index.php/Amsterdam,_Lijnbaansgracht_48_-_Tichelkerk (16-06-2021); Website 020apps-Appa over Amsterdam, https://020apps.nl/kaart/1850-1940/Tichelstraat/Tichelkerk (16-06-2021); Website Stichting Katholiek Erfgoed, http://www.stichtingkatholiekerfgoed.nl/wp-content/uploads/2013/09/KATHOLIEK-AMSTERDAM-1900-1960.pdf (16-06-2021); Website Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/H._Nicolaas_van_Myrakerk_(Amsterdam) (16-06-2021)
ENK Monasticon nummer:
MON-P023-001
Organisatietrefwoorden:
Toon op kaart Toon op kaart
 
 
 
 
 
Kloosterorganisatie
Kloosterorganisatie: Kapucijnen (P023)
Latijnse naam:
Ordo Fratrum Minorum Cappucinorum
Stichter, stichteres:
Ludovicus de Fossombrone
Orde of congregatie:
Kapucijnen (P023)
Geschiedenis:
In het eerste kwart van de 16e eeuw, toen er sprake was van twee franciscaanse hoofdstromen, de minderbroeders-conventuelen en de minderbroeders-observanten, ontstond er in de Marken, een in Midden-Italië gelegen bergachtige streek, een hervormingsbeweging gericht op terugkeer naar een strikte observantie van de Regel van Franciscus en naar een leven van inkeer en boetvaardigheid zoals Franciscus dat met zijn eerste volgelingen geleid had. Aan de nieuwe gemeenschap, die daaruit ontstond, verleende Paus Clemens VII in 1528 via de bul Religionis Zelus zijn toestemming. De constituties van deze, onder toezicht van de orde der minderbroeders-conventuelen geplaatste nieuwe franciscaanse groepering schreef onder meer haar leden voor om een ruige baard te dragen, blootsvoets of hoogstens op simpele sandalen te lopen en gekleed te gaan in een grauwe bruine pij met spitse kap. Naar die kap, in het Italiaans cappuccio, werden ze kapucijnen genoemd. Aanvankelijk combineerden de kapucijnen een heremietenbestaan met prediking onder het volk. Later werden ze gegroepeerd in kleine communiteiten, terwijl daarna kloosters ontstonden die veelal aan de rand van de steden gebouwd werden. In 1574 verleende paus Gregorius XIII hen toestemming om zich ook buiten Italië te vestigen, terwijl paus Paulus V hen in 1619 autonomie verleende waardoor ze niet langer meer onder het toezicht van de orde der minderbroeders-conventuelen vielen. Daarmee was de stichting van de orde der Minderbroeders Kapucijnen een feit, die zich een beschouwend en werkend leven ten doel stelde waarbij dit laatste niet enkel gestalte kreeg in het preken in kerken en op pleinen, maar ook in het zich inzetten voor activiteiten op het terrein van het maatschappelijk dienstbetoon. De eerste kapucijnen kwamen in 1585 naar de Nederlanden. Omstreeks 1800, tijdens de Franse Tijd, waren bijna alle kloosters gesloten. Alleen in Velp bleef het kapucijnenklooster bestaan. Van daaruit werd in de 19e eeuw een nieuwe start gemaakt
Alternatieve namen:
Minderbroeders Capucijnen; Capucijnen
Afkorting:
OFMCap; OMCap
Stichtingsjaar:
1528
Vestiging Nederland:
1585
Doelstelling:
Apostolaat in brede zin
Missielanden:
Indonesië (1905); Chili (1950); Tanzania (1959); India
Gebruikte bronnen:
J. Willemsen, “Nederlandse missionarissen en hun missiegebieden” (KDC, Nijmegen 2006, zie ook: https://docplayer.nl/4804632-Nederlandse-missionarissen-hun-missiegebieden.html (12-06-2020); J.P.A. van Vugt: Kloosters op schrift (tweede bewerkte uitgave, Nijmegen 2003), zie ook: https://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/134988/134988.pdf?sequence=1 (12-06-2020), p. 148; W. Nolet: Katholiek Nederland, Deel I (‘s-Gravenhage 1930), p. 223; J. Jacobs, “In de schaduw van Franciscus. De Nederlandse Minderbroeders-Kapucijnen” (Nijmegen 2016), p. 12-16; J. Jacobs, ‘”Om den Godtsdienst te vorderen”. De bijdrage van de minderbroeders-kapucijnen aan de katholieke herleving in Stad en Lande van Breda (1625-1797)’in “Jaarboek de Oranjeboom”, 65 (2012), p. 265-268; J. Smits, “Vademecum van religieuzen en hun kloosters in Noord-Brabant” (Alphen aan de Maas 2010), p.126/127; R. Wols, ‘De Kapucijnen OFMCAP’ op wWebsite Brabans Historisch Informatie Centrum (BHIC), https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/de-kapucijnen-ofmcap (13-06-2021)
Organisatietrefwoorden:
Bevat:
Toon op kaart Toon op kaart
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Vestigingsplaats
Vestigingsplaats: Wittem
Orde of congregatie:
Kapucijnen (P023)
Naam van het klooster:
Kapucijnen
Plaatsnaam:
Wittem
Provincie:
Limburg
Parochie:
Mechelen
Destijds gewest:
Wittem
Bisdom:
Luik
Stichting/eerste vermelding:
1733
Opheffing/laatste vermelding:
1797
Type:
Klooster, m
Geschiedenis:
In 1722 werd de in 1732 tot graafschap verheven vrije heerlijkheid Wittem gekocht door Ferdinand Adolph von Plettenberg, erfmaarschalk van de vorstaartsbischop van Münster. Hij vatte het plan op in Wittem een klooster te stichten met de bedoeling daarmee zowel een dam op te werpen tegen het oprukkende protestantisme vanuit de aangrenzende staatse gebieden als om in afwachting van het herstel van het tot zijn eigendom behorende Wittemse kasteel zich van een passend verblijf verzekerd te weten. Hoewel de prins-bisschop van Luik hiervoor pas in 1730 zijn toestemming verleende, was een jaar eerder, geheel op kosten van voornoemde Ferdinand Adolph von Plettenberg, reeds aan de noordoostkant van de Wittemer Allee met de bouw van het klooster en de kerk begonnen. In 1733 werden onderhavige gebouwen door laatstgenoemde overgedragen aan de kapucijnen van de Keulse kerkprovincie. Voor zijn verblijf en dat van zijn familie hield hij zich het eigendom voor van de langs de Wittemer Allee gelegen kloostervleugel. Ook bleef de pas in 1770 geconsacreerde, aan Sint Joannes Nepomucenus toegewijde kerk, die als slotkapel fungeerde maar door de paters ook als kloosterkerk gebruikt mocht worden, tot zijn eigendom behoren. Toen Wittem in 1795 definitief bij het gebied van de Franse Republiek ingelijfd werd, leidde dit tot opheffing van het klooster, dat in 1797 door de kapucijnen moest worden verlaten. De kloostergebouwen, die meerdere malen van eigenaar wisselden en waar sinds 1807 twee ex-kapucijnen in de tuinvleugel mochten blijven wonen, deden, totdat ze in 1835 aan Luikse redemptoristen ter beschikking werden gesteld, voor meerdere doeleinden dienst. De kerk, die niet verkocht werd maar op grond van het in 1801 tussen paus Pius VII en Napoleon gesloten Concordaat in 1802 aan het bisdom Luik kwam, werd als bijkerk van de parochie Mechelen in gebruik genomen. Toen de redemptoristen in 1891 een nieuw en groter klooster lieten bouwen, werden grote delen van het oude klooster afgebroken
Gebruikte literatuur:
Monasticon Batavum, Deel I, p. 202; Monasticon Batavum, Supplement, p. 168; J.F. van Agt, “Zuid-Limburg. Vaals, Wittem en Slenaken” (Den Haag 1983), zie ook: https://www.dbnl.org/tekst/agt_001zuid01_01/agt_001zuid01_01_0016.php (27-02-2019), p. 331/337/339/341-345; H. Mosmans, “Het Redemptoristenklooster Wittem: een bijdrage tot onze vaderlandsche kerkgeschiedenis, 1836-1936” (Roermond-Maaseik 1936), p. 13-19
Gebruikte websites:
Website Klooster Wittem, http://www.kloosterwittem.nl/docs/KLOOSTER%20WITTEM%20in%20VOGELVLUCHT.pdf (27-02-2019); Website Meertens Instituut, http://www.meertens.knaw.nl/bedevaart/bol/plaats/1001 (27-02-2019); Website Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Redemptoristenklooster_(Wittem) (27-02-2019)
ENK Monasticon nummer:
ME-P023-904
VU Kloosterlijst nummer:
WN02
Organisatietrefwoorden:
Toon op kaart Toon op kaart
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Vestigingsplaats
Vestigingsplaats: Maastricht
Orde of congregatie:
Kapucijnen (P023)
Naam van het klooster:
Kapucijnen
Plaatsnaam:
Maastricht
Provincie:
Limburg
Parochie:
Maastricht-Matthias
Destijds gewest:
Maastricht
Bisdom:
Luik
Stichting/eerste vermelding:
1609
Opheffing/laatste vermelding:
1796
Type:
Klooster, m
Geschiedenis:
Ondanks het toen geldend verbod op het vestigen van nieuwe kloosters, werden de kapucijnen door het stadsbestuur uitgenodigd zich in Maastricht te vestigen. Dit gezien de bereidheid van de kapucijnen om in tijden, dat er pest heerste in de stad de lijders aan deze besmettelijke ziekte bij te staan. In 1609 namen kapucijnen uit Antwerpen hun intrek in een aan een kanunnik van het Sint Servaaskapittel toebehorende woning. Na een kort verblijf hier betrokken ze een in de Bogaardenstraat door de stad aangekochte huis met erf. Na uitbreiding langs de kant van de huidige Kapucijnengang werd hier in 1611 begonnen met de bouw van het klooster. In dat jaar werd ook de eerste steen gelegd voor de nieuwe kerk die, toegewijd aan St. Otto, in 1615 geconsacreerd werd. In 1623 overleden bijna alle kapucijnen tijdens de toen heersende pestepidemie. Hun klooster werd toen bevolkt door religieuzen van andere orden, totdat de kapucijnen er zeven jaar later terugkeerden. Na de verovering van Maastricht in 1632 door de Staatse troepen onder leiding van Frederik Hendrik moest het aantal leden van de Maastrichtse kapucijnencommuniteit tot 22 worden beperkt. In 1673, tijdens de belegering door de Fransen, raakten zowel het klooster als de kerk beschadigd. Herstel van deze schade volgde later. Dit gold ook voor de schade die opgelopen werd bij een brand in 1681, die de kerk geheel en het kloosters deels in as legde. In 1794 werd Maastricht ingenomen door de troepen van de Franse Nationale Conventie. In 1796 werden alle geestelijke instellingen door de Franse revolutionairen opgeheven, waaronder het convent van de kapucijnen. De gebouwen werden ingericht als kazerne en militair magazijn. Een deel van het terrein werd aangewend voor de bouw van de Maastrichtse Synagoge. Later werden de gebouwen voor onderwijsdoeleinden door de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria in gebruik genomen. Van het gebouwencomplex zijn de kloosterkerk en restanten van de kloostervleugels bewaard gebleven
Gebruikte literatuur:
Monasticon Batavum, Deel I, p. 139; Monasticon Batavum, Supplement, p. 108; F.Q. Hoebens, “Kloosters in Limburg” (Utrecht 2017), p 292; P.J.H. Ubachs, “Twee heren, twee confessies. De verhouding van Staat en Kerk te Maastricht, 1632-1673 (Assen/Amsterdam 1975), zie ook: http://www.shclimburg.nl/sites/shclimburg.nl/files/maaslandse-monografieen/MM%2021%20def.pdf (02-02-2019), p. 73; P. Hildebrand, “De Kapucijnen in de Nederlanden en het prinsdom Luik. Deel I: De tweetalige Nederlandsche provincie 1585-1616” (Antwerpen 1950); Th.A.J. Jansen, ‘Recollecten em Kapucijnen in de Lage Landen; 16e -17e eeuw) in “750 jaar Minderbroeders in Nederland” onder redactie van de werkgroep Neerlandia Seraphica (Weert 1979), p. 35/37; Th. Bakker: “Middeleeuwse kloosters in Maastricht” op website Theo Bakker’s Domein, http://www.theobakker.net/pdf/kloosterstricht.pdf (28-01-2019); L.S. Wierda, “Catalogus van de handschriften, incunabelen en postincunabelen uit het bezit van de orde der minderbroeders-kapucijnen in Nederland, nu aanwezig in de Bibliotheek van de Theologische Faculteit Tilburg” (Leuven 2006), p. 2-4
Gebruikte websites:
Website Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Capucijnenklooster_(Maastricht) (28-01-2019); Website Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Franciscanen_in_Maastricht#Capucijnenklooster (28-01-2019)
ENK Monasticon nummer:
ME-P023-902
VU Kloosterlijst nummer:
MN01
Organisatietrefwoorden:
Toon op kaart Toon op kaart
 
 
 
Pagina: 7