Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven
Uw zoekacties: Archiefinventaris Ongeschoeide Karmelieten
xAR-P015 Archiefinventaris Ongeschoeide Karmelieten
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

AR-P015 Archiefinventaris Ongeschoeide Karmelieten
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
I Geschiedenis van de archiefvormer
AR-P015 Archiefinventaris Ongeschoeide Karmelieten
Inleiding
I Geschiedenis van de archiefvormer
De Karmelieten komen voort uit een groep van kluizenaars. Zij leefden rond 1200 in het Karmelgebergte, in het noorden van het huidige Israël. Rond 1210 schreef Albertus van Avogrado, patriarch van Jeruzalem, voor de broeders op de berg Karmel een leefregel. Omstreeks 1240 werden de zij door Arabische moslims verjaagd en vertrokken noodgedwongen naar Europa. Vanaf 1452 kent de orde ook gemeenschappen van vrouwen.
De orde van de Ongeschoeide Karmelieten (in het Latijn Ordo Carmelitorum Discalceatorum) is ontstaan uit een hervormingsbeweging van de Karmelieten in het 16-eeuwse Spanje. Teresa van Avila en Johannes van het Kruis stichtten hier communiteiten die teruggrepen op de oorspronkelijke 13e-eeuwse Karmelregel, die in de praktijk was verwaterd. De hervorming leidde tot een afsplitsing. Sindsdien zijn er twee Karmelorden: Geschoeide en Ongeschoeide Karmelieten. De afkortingen voor beide orden zijn respectievelijk o.carm en ocd.
Typerend voor de mannelijke takken van beide Karmelorden is een 'vita mixta' oftewel een gemengd leven. Contemplatie en bezinning gaan hand in hand met activiteiten, die met name zijn gericht op de bevordering van het geestelijk leven. De devotie tot Maria heeft een centrale plaats. De Karmelieten heten ook wel 'Broeders van de Allerzaligste Maagd Maria van de berg Karmel'.
De Ongeschoeide Karmelieten zijn vanuit twee initiatieven naar Nederland gekomen. De eerste kwamen in de tijd van de 'Hollandse Zending'. In de tijd van de Reformatie, toen in Nederland kloosters verboden waren, kwamen er vanuit België en Frankrijk Karmelieten naar het westen van Nederland om daar enkele 'staties' (schuilkerken) te bedienen. Na het herstel van de katholieke kerk in Nederland behielden zij de standplaatsen Zoeterwoude en Hazerswoude-Rijndijk (destijds Groenendijk genoemd), waar na enige tijd alleen Hazerswoude van overbleef. De tweede wortel voor de aanwezigheid van de Ongeschoeide Karmelieten ligt in Geleen. Ten tijde van de Duitse 'Kulturkampf' trokken in 1876 een aantal Duitse Karmelieten de grens over en vestigden zich in Nederland. De vestiging groeide snel uit en in 1931 werd in Geleen een kleinseminarie opgericht. Een jaar later kregen de Ongeschoeide Karmelieten er verlof voor de oprichting van hun enige school in Nederland, het Theresia College.
De groei van het aantal leden leidde in 1925 tot de stichting van een nieuw klooster in Waspik dat op den duur uitgroeide tot een kleine bedevaartsplaats van Theresia van Lisieux, een 19e-eeuwse Karmelheilige. In 1935 kwam binnen de orde een Nederlandse semi-provincie tot stand met 22 paters, 8 priesterstudenten (fraters) en 8 broeders. Patrones werd Theresia van Lisieux. In 1960 kreeg de semi-provincie de status van provincie.
Reeds voor de Tweede Wereldoorlog werd er gesproken over missionaire inzet in bijvoorbeeld Indonesië (waar ook Nederlandse zusters van de orde gevestigd waren), maar door de oorlog kwam heter niet van. In 1952 vertrokken echter de eerste Nederlandse Karmelieten naar Brazilië. Ze bleven de zorg voor de missiegebied behouden tot 1978. Daarna ontstond een zelfstandige Braziliaanse ordesprovincie.
De opleiding voor nieuwe leden was aanvankelijk gevestigd in Geleen. In 1946 verhuist een deel van de opleiding naar Hazerswoude. In 1947 wordt de bedevaartskapel van Sint Jozef in Smakt aan de Ongeschoeide Karmelieten toevertrouwd. Vanaf 1950 bouwen zij bij de kapel een klooster, waar de filosofie- en theologiestudenten worden gevestigd. In 1967 concentreren de Ongeschoeide Karmelieten hun opleiding samen met andere kloostergemeenschappen in de Katholieke Theologische Hogeschool Amsterdam (KTHA).
De Ongeschoeide Karmelieten geven vanaf 1924 een tijdschrift uit, dat aanvankelijk 'Rozengaarde' heet. In 1946 verandert de naam in 'Het Scapulier' en in 1967 wordt het tijdschrift omgedoopt tot 'Tegenwoordig'. De naamswijzigingen weerspiegelen veranderingen in kerk en samenleving. Het tijdschrift is in 2001 opgeheven. Een ander tijdschrift deed verslag van de interne aangelegenheden binnen de orde onder achtereenvolgens de namen 'Nederlandse Ongeschoeide Karmel', 'Tegenwoordig intern' en 'Samen'. De Ongeschoeide Karmelieten zetten zich verder in voor vertaalde uitgaven van de werken van Johannes van het Kruis en Edith Stein, beroemde leden van de orde.
Het Tweede Vaticaans Concilie leidt tot een andere geloofshouding en tot nieuwe bezinningsactiviteiten binnen de orde. In 1963 start in Hazerswoude het Diepgangcentrum met een scala aan activiteiten in bisdom en regio. Ook in Smakt worde bezinningsactiviteiten georganiseerd en in 1982 opent in Haarlem het Karmelitaans Centrum voor Spiritualiteit (KCS). Langzaam groeit het aantal niet-religieuzen dat zich bij de orde betrokken voelt. In 2003 worden er statuten goedgekeurd voor de Seculiere Orde van de Ongeschoeide Karmel (OCDS).
Tegelijk met de opbloei in de nieuwe tijd daalde echter ook het aantal intredingen, zoals bij alle kloostergemeenschappen in Nederland. Dat stagneren van aanwas leidde op den duur tot de opheffing van alle genoemde kloosters. Anno 2016 wonen er kleine groepen Karmelieten in Amsterdam en in Utrecht.
II Geschiedenis van het archief
III Voorwaarden voor gebruik van het archief
Inventaris
1 Geschiedenis en ontwikkeling
2 Regelgeving en spiritualiteit
3 Provinciaal kapittel
4 Provinciaal bestuur
5 Betrekkingen
6 Vestigingen Nederland
7 Vestigingen Brazilië
8 Leden
9 Activiteiten
11 Publicaties
12 Audiovisueel materiaal
Kenmerken
Datering:
1876-heden
Archiefvormer:
Ongeschoeide Karmelieten
Oudste en jongste stuk:
1600/2014
Omvang in meters:
29 (27½ m. archief en 1½ m. tijdschriften)
Auteur:
P. Michael Liussen ocd; p. Martien v.d. Winkel ocd; Ruerd de Vries; Dols, Chr.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS