Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven
Uw zoekacties: Archiefinventaris Priesters van het H. Hart
xAR-P038 Archiefinventaris Priesters van het H. Hart
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

AR-P038 Archiefinventaris Priesters van het H. Hart
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
I Geschiedenis van de archiefvormer
AR-P038 Archiefinventaris Priesters van het H. Hart
Inleiding
I Geschiedenis van de archiefvormer
In 1878 stichtte de Franse kanunnik Léon Dehon in het Noord-Franse St.-Quentin de Congregatio Sacerdotum a Sacro Corde oftewel de Priesters van het H. Hart van Jezus (SCJ). Zijn pastoraal werk was gericht op aandacht voor sociale misstanden. De spiritualiteit van het Heilig Hart inspireerde tot het opheffen van deze misstanden. Sinds de stichting heeft de congregatie zich dan ook primair gericht op het voortgezet onderwijs, sociaal-cultureel werk, de missie, de diakonie en de opvang van daklozen. In 1906 werden de 'dehonisten' een pauselijke congregatie.
Reeds in 1883 kwam de congregatie naar Nederland, toen de stichter nabij Sittard het kasteeltje Watersleyde huurde. In 1900 ontstond er een officiële vestiging, in Bergen op Zoom. In 1911 volgde de oprichting van de Nederlandse provincie. Op dat moment waren er 29 paters, 16 broeders en 22 scholastieken. Pater Hub van Halbeek werd de eerste provinciale overste.
Van meet af aan is er binnen de congregatie veel aandacht besteed aan de opleiding en vorming van de leden. In 1900 werd er in Bergen op Zoom een juvenaat ingericht. Hierna zouden nog enkele opleidingscentra worden opgezet, zoals in Asten, Helmond en Nijmegen. Waren de activiteiten van deze centra tot aan de Tweede Wereldoorlog met name gericht op de eigen (kandiaaat-)leden, na 1945 werd het accent in het kader van de werving ook naar buiten toe gelegd. Te denken valt daarbij aan de middelbare school in Amsterdam waaraan diverse paters sinds 1948 verbonden waren: het St. Nicolaaslyceum.
Vanaf 1927 stond pater Willem Govaart als provinciaal aan het roer van de Nederlandse provincie, waarbij hij daadkrachtig aanstuurde op expansie. Deze expansie was mogelijk omdat de katholieke gemeenschap in Nederland opbloeide. Binnen de landsgrenzen namen de scj-ers in de geest van Dehon uiteenlopende werkzaamheden op, waaronder de verslavingszorg, zeeliedenwerk, het St. Franciscus Liefdewerk en de kinderbescherming. Deze werkzaamheden gingen gepaard met een toenemend aantal parochies waarover de congregatie de zorg kreeg toevertrouwd: 21 in 1965. Verder gaf de congregatie periodieken uit: "Kontakt", "SCJ-Kontakt", "Rotonde", "Annalen van de Nederlandse Provincie SCJ", "Documenten SCJ" en "Mededelingen-SCJ". Tenslotte waren er nog de activiteiten in de missie. Pater Gerardus Richters was de eerste Nederlandse scj-er die in 1896 naar Brazilië vertrok, gevolgd door Congo/Zaïre (1897), Finland (1907), Zweden (1910), Kameroen (1911), Indonesië (1923) en Chili (1950). Om missionarissen voor te bereiken op hun taak, startte de congregatie in 1929 te Helmond met een missiehuis inclusief procuur.
Een toenemend aantal leden vormde de belangrijkste peiler onder alle werkzaamheden. In 1965 telde de Nederlandse provincie iets meer dan 900 leden. Na de Franciscanen waren de Priesters van het H. Hart daarmee het meest talrijke religieuze instituut in Nederland. Naarmate de werkzaamheden toenamen, woonden de leden op steeds meer plekken in Nederland, waaronder Cadier en Keer, Rips en Rotterdam. Sinds 1947 bevond het provincialaat van de congregatie zich in het pand Duivelsbruglaan 54 te Breda.
Grotere historische ontwikkelingen gingen aan de congregatie niet voorbij. In de jaren 1960 kregen ook de bestuurders van deze congregatie te maken met het vernieuwingsstreven van Vaticanum II, een afnemend aantal intreders en een toenemend aantal uittredingen. Bovendien veranderde het theologisch klimaat en kwamen de leden over het algemeen kritischer te staan ten opzichte van de eigen spiritualiteit. Om deze vraagstukken het hoofd te kunnen bieden, werd in 1963 door het provinciaal bestuur de commissie Religieus Leven opgericht. Het algemene democratiseringsstreven dat opgeld deed in de maatschappij, vond binnen de congregatie onder meer ingang in de vorm van de mogelijkheid om zelf de provinciaal overste te kiezen. Van oudsher was de benoeming van deze overste voorbehouden aan het generaal bestuur in Rome. Onder meer een verdere afname van het aantal leden droeg bij aan een bestuurlijke heroriëntatie van formaat. Op 16 maart 2005 heeft de toenmalige generaal overste besloten om over te gaan tot de canonieke oprichting 'ad experimentum' van de Confederatie van de provincies Vlaanderen en Nederland, te beginnen op 1 januari 2006. In april 2008 werd besloten om dit experimenteel samengaan met ingang van januari 2009 een definitief karakter te geven.
II Geschiedenis van het archief
III Bijzonderheden t.a.v. het archief
IV Voorwaarden voor het gebruik van het archief
Kenmerken
Datering:
1911-heden
Oudste en jongste stuk:
1808/2015
Archiefvormer:
Priesters van het H. Hart
Omvang in meters:
117 m
Auteur:
C. van den Berg, W. Dings, K. van Dooren, E. van den Hombergh, A. van Huijgevoort, R. Spanings, P. te Winkel
Openbaarheid:
Niet openbaar
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS