Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven
Uw zoekacties: Archiefinventaris Missiezusters van O.L. Vrouw van Afrika
xAR-Z093 Archiefinventaris Missiezusters van O.L. Vrouw van Afrika
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

AR-Z093 Archiefinventaris Missiezusters van O.L. Vrouw van Afrika
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
I Geschiedenis van de archiefvormer
sluiten
AR-Z093 Archiefinventaris Missiezusters van O.L. Vrouw van Afrika
Inleiding
I Geschiedenis van de archiefvormer
Kardinaal Lavigerie van Algiers (Algerije) stichtte in 1869 de Sociëteit van de Missionarissen van Afrika (Witte Paters). In 1869 schreef hij een noodbrief aan de kerken in Europa. Hij riep vrouwelijke apostelen op om de Afrikaanse vrouw te ontmoeten in haar dagelijks bestaan, "om samen gist te zijn in hun leefmilieu". De eerste groep van acht Bretonse vrouwen arriveerde nog datzelfde jaar en hiermee begon het avontuur van de Zusters Missionarissen van O.L. Vrouw van Afrika (Witte Zusters/MZOLA).
Kardinaal Lavigerie was er van overtuigd dat het heil van Gods blijde boodschap voor alle mensen is bestemd. Hij gaf de zusters de leefregel van St. Ignatius mee. Kenmerkend voor hun spiritualiteit is het zoeken naar sporen van God door concreet dienstbetoon aan anderen. De kardinaal en daarmee de Witte Zusters brengen deze beleving missionair tot uitdrukking. In hun betrokkenheid bij Afrika geven ze vorm aan een 'wereldkerk die dicht bij mensen staat'. De zusters voelen zich geroepen om als vrouw met vrouwen, de weg te gaan van bevrijding en dialoog in dienst van de Afrikaanse kerk en maatschappij.
De naam Witte Zusters werd ontleend aan het witte kleed. In combinatie met de lange sluier kon de kleding vergeleken worden met de klederdracht van de Arabische vrouwen. Het aansluiten bij de lokale cultuur en gewoonten is kenmerkend voor het handelen van deze zusters. Op advies van Paus Leo XIII droegen de zuster hun kruis aan een rood koord, om te benadrukken dat ze naar een land van martelaren gingen.
Gestart vanuit Noord Afrika verruimde moeder Marie-Salomé (1884-1925, eerste algemene overste) het werkterrein tot heel Afrika. Zij kon steunen op vrouwen uit Europa, Amerika en Afrika, die kozen voor een leven als religieus bij deze congregatie.
Eén van de doelstellingen was het vormen van lokale congregaties met algehele onafhankelijkheid i.p.v. het opnemen van lokale meisjes binnen de eigen congregatie. Het blijvende werk moest door de Afrikanen zelf gedaan worden. De eerste missiezusters waren werkzaam op het land, later ook in de opvang van wezen, het onderwijs en de zorg voor zieken.
In 1901 ontstonden de eerste zes regio's in Afrika met als moederhuis 'St. Charles' te Algiers. Vanaf 1937 ontwikkelden de in aantal toegenomen regio's zich tot provincies, vice-provincies of pro-provincies. Een pro-provincie had geen eigen provinciaal bestuur en bleef afhankelijk van het generaal bestuur. De eerste Afrikaanse provincies ontstonden vanaf maart 1961, mede vanwege de nationale onafhankelijkheid.
In verband met oorlogsomstandigheden werd het moederhuis in 1960 verplaatst naar Rome. Door ruimtegebrek waren de zusters in 1964 genoodzaakt te verhuizen en vestigden ze zich nabij Rome in 'Villa Vecchia'. Het generaal moederhuis kwam in 1994 terug naar de stad Rome.
In de jaren tachtig van de twintigste eeuw was de lokale kerk van Afrika een bloeiend en zelfredzaam instituut. Een nieuwe visie op missie was gewenst. Tijdens het 20ste kapittel in 1987 werd besloten dat opnieuw een herstructurering van de congregatie noodzakelijk was. Grote provincies werden in districten opgedeeld, bestaande uit communiteiten die een culturele, nationale of geografische eenheid vormden. In het verlengde hiervan werd een aanpassing van mentaliteit vereist (21ste kapittel, 1993). Het duurzame werk was inmiddels in lokale handen, waardoor het werkgebied van de zusters zich naar het eigen Europese continent verplaatste om daar als mensen 'zonder grenzen' hun missionaire instelling tot uitdrukking te brengen.
In Nederland vestigen de eerste zusters zich in Wijk bij Maastricht (1887). Het Nederlandse moederhuis, 'Huize Sancta Monica' te Esch, werd in 1895 gebouwd met als doel jonge vrouwen op te leiden als religieus en missionaris voor Afrika. Van 1895 tot 1943 was hier enkel het postulaat gevestigd, daarna werd het een noviciaat. In 1966 verhuisden de novicen naar Mook en Sancta Monica fungeerde vanaf die tijd als tehuis voor zusters die uit Afrika terugkeerden. In 2005 werd het moederhuis in Esch definitief opgeheven.
De congregatie heeft in Nederland tussen 1887 en 1995 drieëndertig huizen gehad. De Nederlandse provincie werd opgericht in 1948 (provincialaat te Boxtel) en werd in 1997 samengevoegd met de provincie van het Verenigd Koninkrijk tot de 'Noordzee Provincie'. Met de oprichting van de Europese provincie werd Nederland in 2000 een regio. De regionaal overste heeft een mandaat voor drie jaren. Het provincialaat is gevestigd te Keulen (Duitsland).
Typerend voor deze congregatie is de internationale samenstelling van de communiteiten. Er is nooit sprake geweest van Nederlandse vestigingen overzee.
II Geschiedenis van het archief
III Bijzonderheden t.a.v. het archief
IV Voorwaarden voor het gebruik van het archief
Inventaris
1 Bestuursarchief
2 Huisarchieven
Kenmerken
Datering:
1887-heden
Oudste en jongste stuk:
1869/2015
Archiefvormer:
Missiezusters van O.L. Vrouw van Afrika
Omvang in meters:
11
Auteur:
Hoitink, zr. W.; Winkelman, zr. A.; Huijgevoort, A. van; Winkel, P. te; Berg, C. van den
Openbaarheid:
Een aantal archiefstukken is slechts toegankelijk na toestemming van de eigenaar
Opmerkingen:
Het archief is nog niet afgesloten
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS