Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven
Uw zoekacties: Archiefinventaris Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
xAR-Z140 Archiefinventaris Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

AR-Z140 Archiefinventaris Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1 Geschiedenis van de archiefvormer
sluiten
AR-Z140 Archiefinventaris Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Inleiding
1 Geschiedenis van de archiefvormer
De congregatie van de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid werd op 3 november 1842 in St. Mauritz (Duitsland) gesticht door de Duitse priester Eduard Michelis (1813-1855). Getroffen door de armoede en verwaarlozing van kinderen in St. Mauritz opende hij een weeshuis, met daarbij de hulp van enkele jonge vrouwen die zich aangetrokken voelden tot het religieuze leven. Als eerste taak voor de door hem gestichte congregatie zag hij het geven van opvoeding en onderwijs aan weeskinderen. Na de start in St. Mauritz volgden al snel andere vestigingen. Ook het ledental der zusters nam snel toe. Behalve de zorg voor weeskinderen gingen de zusters ook onderwijs in volksscholen geven.
Door de Kulturkampf en de in 1872 gepubliceerde wetten van de Duitse minister Adalbert Falk, waarbij het aan religieuzen verboden werd om enig openbaar ambt te vervullen, voelden de zusters zich gedwongen om hun vestigingen in Duitsland op te geven. Vanaf 1876 vestigden een aantal zusters en de wezen waar zij zorg voor droegen zich in de Limburgse plaatsen Blerick, Steyl en Tegelen.
In Nederland vonden de zusters snel nieuwe werkterreinen, want met name vanuit parochies bereikten hen verzoeken om zich in te zetten op diverse terreinen van onderwijs en bij de verzorging van zieken en hulpbehoevenden. Ook werden pensionaten opgericht, waaronder een pensionaat voor schipperskinderen. Ook waren de zusters werkzaam op het gebied van zorg voor psychiatrische patiënten. Na de vestigingen in Steyl, Blerick en Tegelen volgden vestigingen in o.a. Sevenum, Neer, Venray, Roosteren en Ottersum. Uiteindelijk heeft de congregatie in Nederland in 27 plaatsen vestigingen gehad. En het arbeidsveld van de zusters bleef niet beperkt tot Duitsland en Nederland. In 1895 vertrokken de eerste zusters naar Brazilië om daar te werken bij Duitse kolonisten, in 1914 gingen er zusters naar Kameroen, in 1934 volgde Nederlands-Indië en in 1955 Aruba. In 1960 zijn de zusters begonnen met werkzaamheden in Malawi.
Als rechtspersoon werd in 1883 een burgerlijk vennootschap opgericht met de naam "Vennootschap Bartmann en Compagnie", vernoemd naar de overste zuster Bertha Bartmann. Om volgens de Nederlandse wet rechtspersoonlijkheid te genieten werd in 1890 het zedelijk lichaam "Sint-Josephschool te Steyl" opgericht. In 1951 werd het zedelijk lichaam "De Nederlandse Provincie van de Congregatie van de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid" de rechtsopvolger. Binnen de congregatie heeft ook een tweede rechtspersoonlijkheid bezittend zedelijk lichaam bestaan met de naam "Sint-Joseph-gesticht in Venray". Dit is in 1880 opgericht als een bijzondere instelling van weldadigheid; in 1958 is de rechtspersoonlijkheid ervan overgegaan naar "De Nederlandse Provincie van de Congregatie van de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid".
In verband met hun taken en werkzaamheden is door het bestuur van de Nederlandse provincie een aantal stichtingen in het leven geroepen, te weten de Stichting Maria Roepaan te Ottersum, inrichting voor zwakzinnigenzorg in 1951, Stichting Sint-Willibrordziekenhuis te Tegelen in 1959, Stichting Huize Vincentius te Venray in 1967 en Stichting Eduard Michelis te Steyl in 1975.
Tot 1957 vielen de kloosters van de congregatie onder de verantwoordelijkheid van de plaatselijke bisschoppen, maar in 1957 werd aan de congregatie de voorlopige erkenning van het pauselijk recht verleend. In 1967 volgde de definitieve erkenning, waardoor de congregatie primair verantwoording schuldig is aan de Sacra Congregatio de Religiosis te Rome.
Van 1876 tot 1920 vielen de Nederlandse vestigingen rechtstreeks onder het Algemeen Bestuur. Vanwege de Kulturkampf verbleef dit Algemeen Bestuur van 1878 tot 1892 in Steyl, daarna is het bestuur teruggekeerd naar Duitsland. In 1920 werd de Nederlandse provincie opgericht met als eerste provinciale overste zuster Vincentia Oldemeyer. Daarnaast zijn andere provincies en regio's opgericht, waaronder in 1954 de Indonesische provincie en in 1964 de regio Malawi. In 1955 vond in Nederland het eerste provinciaal kapittel plaats. In 2014 heeft het laatste Nederlandse provinciaal kapittel plaatsgevonden. In dat jaar is de Nederlandse provincie opgeheven en sindsdien is er sprake van de Nederlandse communiteit van de zusters van de Goddelijke Voorzienigheid; deze staat rechtstreeks onder het generaal bestuur in Duitsland.
2 Geschiedenis van het archief
3 Bijzonderheden t.a.v. het archief
4 Voorwaarden voor het gebruik van het archief
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1920-heden
Oudste en jongste stuk:
1882/2016
Archiefvormer:
Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid (Tegelen)
Omvang in meters:
49
Auteur:
Zuster Henrica Jans, zuster Pia van Haaren, Robert Spanings, Dory Stoffelen, Harry van de Vorstenbosch, Ruerd de Vries
Openbaarheid:
Op alle archiefstukken berust een beperking van inzage
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS